Armand Calders

symboliek in glaskunst

YOORS MAGAZINE en de Web Site van de Yoors Foundation zullen in de rubriek "Onovertroffen Kunstenaars" geregeld een kunstenaar belichten vanuit een specifieke hoek of in een bepaalde context.

Binnenkort verschijnt hier een bijdrage over  Armand Calders, glaskunstenaar, in 2005 overleden te Antwerpen.  Hijzelf, evenals zijn echtgenote papierkunstenaar Lieve Verbeelen, was actief lid van de Yoors Werkgroep tussen 2001 en 2005.

Hou Yoorsweb.net in de gaten !


 

symboliek

in de glaskunst

 

R. Bruyninckx, historicus

 

Foto's zijn hier NIET opgenomen:

beschikbaar als tijdschrift bij de Yoors Foundation

Het heengaan van Armand Calders nodigt naar  een inzicht  over  zijn denken met betrekking tot de glasschilderkunst, naar de filosofische achtergronden bij het ontstaan van zijn monumentale opdrachten en naar de persoonlijke inbreng van Armand Calders naar het glasreliëf toe. Armand Calders was immers niet alleen een  technisch onderlegd glaskunstenaar, maar hij benaderde de glazenierskunst ook inhoudelijk zeer intens.  De jarenlange vriendschap tussen Armand Calders en mijzelf, het volgen van  zijn glasrealisaties en niet in het minst het samen zoeken naar de idee voorbij de materie, maakte het mij mogelijk van de glazenier een ruimer inhoudelijk beeld te schetsen, waarbij wij ons vooral zullen bezig houden met het inhoudelijk symbolische.

 

De Franstalige journalist Ghisdel omschreef zijn werk als volgt:

“sa progression artistique est indéniable en particulier dans ses dessins abstraits, ses formes géometriques, dans lesquels on retrouve cependant toujours une image, une idée synthetisée, un symbole.”

Hoe kwam Armand Calders tot zijn geometrisch symbolisch vertrekpunt? 

Het vertrekpunt is natuurlijk een lichtbron die leven geeft aan de raadselachtige kleurcombinaties van het glas. Terecht wordt daarbij dan telkens als voorbeeld verwezen naar de laat-middeleeuwse glasschilderkunst. Maar betekent dit dan dat al wat sindsdien is gerealiseerd een verhaal is van conformisme, van  rijk gekleurde  “schilderijen in glas”, van verkrampte ambachtelijkheid? Wanneer je de beglazing van heel wat monumenten bekijkt, dan ben je inderdaad geneigd te besluiten dat glasschilderkunst deze evolutie meemaakte.

 
Calders
 besefte dit alles als geen ander bestudeerde en doorgrondde het.  Hij vond dat vooral vanaf het begin van de 20e eeuw  en meer nog na 1945 is er een duidelijke splitsing waar te nemen viel tussen traditioneel schilderen op glas en de creatieve beoefening met glas. Dit past trouwens in een tijdskader, want creatief werken met glas, waarbij met andere en nieuwe methoden om glas aan te wenden wordt geëxperimenteerd, houdt immers gelijke tred met de evolutie in de andere denkrichtingen.

 

Zo was het dus toen in het begin van de jaren zestig jonge glasraamontwerpers ervaarden dat de oude opvattingen in dit land al te veel doorwogen.  In die periode kreeg Armand Calders als jong glazenier zijn eerste monumentale opdracht: ontwerp en uitvoering van de doopruimte, benedenroosvensters en bovenramen van schip en dwarsbeuk in de Christus-Koningkerk te Antwerpen.

 

Wat dacht Calders over symboliek, teken en taal?

We citeren hem:

“Traditie is het oorspronkelijk mondeling en onafgebroken doorgeven van een metafysische grondgedachte omtrent mens en kosmos, ouder dan de teruggevonden sporen...  Ieder mens draagt immers oerbeelden in zich. Deze vaststelling uit de psychologie duidt op haar beurt het tijdloze aan van waaruit symboliek in oorsprong en in meerdere aspecten wordt gezocht."

 

Over symboliek, dat bindteken in se schrijft hij in het tijdschrift "Deus ex Machina":

"Een symbool wordt geïnterpreteerd zoals dat de mens eigen is, d.w.z. als een taal. Een symbool begrijpen is als een fenomenologie, het zien in al zijn aspecten. Het symbool omschrijven daarentegen voert naar een totaliteit van oercomplexen. Juister gesteld: naar een interfase tussen het bewuste en dat andere, voor het verstand ontoegankelijke deel van het bewustzijn. Het echte symbool ontstaat van uit een gevoelssfeer en komt tot stand via het onbewuste... ."

 

Verder peilt hij naar soorten symbolen. Zo kan vanuit het woord vertrokken worden naar de taal. Langs het stadium van het symbool heeft de mensheid een hogere trap bereikt: die van de taal. En vervolgens van taal naar teken, dat er slechts uitdrukkingsmiddel van is.  Ook het cijfer geldt als teken: een schriftelijke weergave van getallen, om daaruit de beelden te creëren. Tot slot wordt ook de kleur symbooldragend.

 
Calders in kerken – symbolen en liturgie

Via taal, teken, symbool, kleur en getal betreedt Armand Calders dan de sacrale ruimte waar deze in samenhang met handelingen in ritueel of liturgie een betekenis krijgen, op zoek naar een godsgedachte die in de Westerse Christelijke traditie zijn weerslag vindt. Met dit  gegeven kan nu de kunstenaar aantreden en kan iedere kunstrichting voor zich het symbool gestalte geven.

Laat ons nu eens kijken hoe glazenier Calders deze ideeënwereld heeft omgezet in materie. In de eerste, nu decennia oude glasramen van de Christus-Koningkerk zijn deze ideeën al in de kiem aanwezig. Hij leunde toen nog jong, nog sterk aan bij zijn vader Oscar Calders  en zijn leermeester Juliaan Van Vlasselaer.  De symboliek is nog overduidelijk, gemakkelijk te ontcijferen, evident: missaal, brevier, liturgie zijn immers overduidelijke symbolen. De verstrengeling van Oud en Nieuw Testament is symbolisch zodat zij, zoals Augustinus het zei, elkaar aanvullen: het Oude Testament mondt uit in het Nieuwe. Daarom zijn bijvoorbeeldde bovenramen in deze neo-Byzantijnse kerk zodanig geplaatst dat het Nieuwe Testament in het Oude verborgen zit.  Daarop steunde ook kanunnik Croegaert die voor 1930 een schema voor de beglazing van dit kerkgebouw had ontworpen. Deze beglazing met de figuratieve uitbeelding van de liturgische hoogdagen werd tijdens de tweede Wereldoorlog volledig vernield. Dit opgelegd schema zal de jonge glazenier evenwel versoberd benutten.  Van nu af is de weg getoond. De verwerking van, de verdieping naar de symboliek achter het materiële der dingen gaat steeds verder, vereenvoudigt zich, gaat steeds dieper.

Deze figuratieve monumentale glasramen van Armand Calders laten een dergelijke bezinning op de symboliek ruimschoots toe. Toch is de verwerkte symboliek geen hoofdzaak.  Dat mag ze ook niet zijn. Scheppen is maken vanuit het niets. In deze laatste functie zijn symbolen middelen tot kennis, mededeling en ontcijfering. Voor de glazenier echter begint het avontuur met een ruimte in een bepaalde architectuur en met het licht in die ruimte. Gevoel en rede zullen verder uitmaken in hoever symboliek vereist kan zijn om een volwaardige harmonie te bereiken.

 

Laat ons gaan kijken naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Ruisbroek aan de Rupel. De figuratieve glasvullingen van het hoogkoor worden hiëratischer, cryptischer dan in de Christus-Koningkerk. In Ruisbroek kan hij zich bij de overige ramen in de abstractie uitleven, kan hij monumentaal eindelijk kleur, licht, vorm en cijfer in hun essentie weergeven. De volledige beglazing van deze neo-gotische kerk vindt haar oorsprong  bij de toenmalige grondgedachte 'We zijn allen onderweg'.

 

Men moet zich openstellen voor wat ontoegankelijk is. Er is ook duidelijk een weg af te leggen. In Ruisbroek begint die weg aan het Westerportaal, bij het binnentreden in de linkerzijbeuk: sobere glas-in-lood ramen met in het midden een kleurpand, vertrekkend bij donkervergrijsd paars, raam na raam verlichtend naar blauw, kleur van mysterie en mystiek, om uit te monden in het noordelijk kruisbeukraam opwaarts gestuwd onder het thema: de "verbondenheid van het Godsvolk". In de onderste panelen geeft kleurensymboliek het moeizaam streven naar volwaardig geluk weer en, naar het kroonwerk toe, verder opstijgend, het "aanvaarden" te vinden; aanvaarden van een onbekend einddoel.

 

Dezelfde opvatting geldt eveneens voor de zuiderflank. Hier echter is rood de hoofdkleur. Opnieuw vanuit het westen vertrekkend begint hij nu met purpervariaties. Hij verwijst ook hier naar het aardse, waaruit wij voortkomen, en gaat  over purper naar rood bij de verrijzenis van Christus - zo de koninklijkheid van Christus suggererend. Het Verrijzenisraam in de zuidelijke kruisbeuk is bijna letterlijk een verrijzenis uit de dood, de genade wordt immers aan niemand geweigerd, de opgang naar het bovennatuurlijke evenmin.  De overwinning van het leven op de dood wordt hier gesymboliseerd door de zwart-witte toets in de kern van het kroonwerk.  Zwart en wit zijn immers hetzelfde als begin en einde, de eenheid in een schijnbare tegenstelling. Hier wordt de dood immers "verzwolgen en overwonnen'" (zie Korintiërs, 1.15,54). 

 

Nog in hetzelfde  jaar  volgt eveneens de uitvoering van een herdenkingsraam in de Sint- Gummaruskerk te Lier, bekroond ontwerp van een uitgeschreven beperkte wedstrijd.

 

Met dit raam bewijst Armand Calders zijn meesterschap als glazenier. Ook hier is er een opgelegd thema: Sint-Gummarusfeesten. Een drievoudige voorstelling van de Heilige als Merovingisch grondheer; kerken-bouwer en ridder zijn met attributen en symbolische gegevens te interpreteren. Voor de glazenier echter toont dit raam tevens het belang van hoofdkleuren aan. Uit dit onderzoek volgt trouwens zijn geleidelijke overgang van figuratieve uitbeelding naar niet-figuratieve glazenierskunst.

 

Van beeldend naar betekenend abstract

Een aantal niet-figuratieve opdrachten voor woningen, telkens met levendig en bewust gekozen koloriet, in de gangbare glas-in-lood techniek, werden intussen reeds ontworpen en uitgevoerd. Ook de opdracht van 1967 voor de Kapel van het bejaardentehuis te Lede drukt deze nieuwe visie volledig uit. Hier met groot cirkelmotief enerzijds; anderzijds duidt vooral de kruisvorm in het raam achter het altaar niet enkel het kruis aan vanuit een Joods-christelijke oorsprong, maar plaatst dat eveneens binnen het werkelijkheidsgevoel van de moderne angstige en eenzame mens.

 

Niemand staat immers los van zijn omgeving. Uitgepuurde essentie die, reeds volgens Mondriaan, dichter bij de waarheid staat. Het betekende voor hem een teken tot beeld brengen, met een aanwezige zorg om eigentijdse stromingen te assimileren. Durven doordenken, geen vlucht uit de werkelijkheid. Het sleutelwoord voor abstracte kunst is toch het zoeken naar de werkelijkheid? Deze ideeën blijven in de jaren zestig in Vlaanderen nog levend, gedreven door een verlangen naar contemplatie en volmaakte vrijheid.

 

Van uit menselijke beperktheid, voor Calders een diepe realiteit, dient de werkelijkheid verder onderzocht.  De weg wordt verder gezet in de Sint-Jozefkerk te Niel. Precies hier, in dit oord van aardse miserie, waar Patrick Le Bon zijn film In het Hellegat situeerde, gaat Armand Calders de idee tot haar diepste essentie uitpuren: hier worden elementaire meetkundige vlakken aangewend, die ontspruiten uit een ver verleden en waarvan reeds in Lascaux aanduidingen te vinden waren.

 

Grensverleggend en toonaangevend in symboliek en techniek

Na deze opdracht haalt de creatieve kunstenaar het definitief op al te uitsluitend ambachtelijke restauraties waar het familialelier meer en meer op inspeelde. Het roer werd omgegooid. In 1975 verliet Armand Calders het vaderlijk bedrijf en realiseerde zich scherp dat glas, als drager voor ideeën van een kunstenaar, voor hem de juiste denkrichting aanduidde. Het was meer het aanvoelen van de toekomst  dan een breuk in de traditie, een blijvend idee dat ook Van Gogh en later Kirchner niet vreemd waren. In het daaropvolgend jaar richtte hij naast zijn woning te Edegem een kleine werkruimte in. Reeds geciteerde elementaire meetkundige vlakken als vierkant, driehoek en cirkel behoren van dan af tot de geometrische glascomposities waarmee sedert 1968 geëxperimenteerd werd.

 

Calders beoogde met eigen inbreng de evolutie van de eigentijdse glazenierskunst te verruimen.  Geen technisch gebeuren op zich: wat doorkomt, is een verhoogd en verruimd gevoel van 'zijn'.  Wel degelijk wordt het belang der dingen ervaren en binnen een persoonlijke ontwikkeling uitgediept met middelen die de hedendaagse glaskunst ter beschikking stelt.

 

Glasoverschotten, hoofdzakelijk licht-groene driehoekjes, werden nu benut, opgestapeld tot dikkere glasdelen en in elkaar gesmolten bij een, na lang zoeken, zelf-gevonden smelttechniek waarbij de transluciditeit bewaard blijft: het glasreliëf.

Armand Calders verkiest breed geprofileerd lood om zijn glasreliëfdelen samen te houden. Oorspronkelijk bestaan ze uit in elkaar gesmolten glasdriehoekjes op gewapend glas, op zichzelf al een typisch product van een technische beschaving.

Door het beheersen van de glazenierskunst in al haar facetten en een sluitende opleiding kiest hij, na lang beraad, de weg van de zelf- ontgonnen kunstvorm.

 

De vele kleine formaten waarin hij werkte, vormden een werkwijze die in eigen land niet altijd in dank aanvaard werd, doch in het buitenland wel geapprecieerd.  Na 1975 herontdekte hij tijdens zijn talrijke reizen het  landschap er en plaatste hij de mens in de deze werkelijkheid in universeel verband.

 

Is het de ruimte die bezit neemt van het doorschijnend reliëf of verovert het glasrefliëf de ruimte? De emotionele activiteit hieraan verbonden behoudt haar magische kracht en verbreekt ieder buitensporig constructivistisch begrip. De schijnbare eenvoud van deze glasreliëfs suggereert een complexiteit en een ontmantelende idealisering in verhouding tot vroegere figuratieve werken.  In een aangrijpende expressieve geometrische beelding tonen de uitgevoerde panelen nu een hedendaagse visie op natuur, mens en vergankelijkheid.  Boeiend is daarbij hoe hij, tussen 1976 en 1981, over het christendom heen teruggrijpt in zijn cyclus van de elementen naar vuur, aarde, water, licht en naar de voor alle culturen zo bekende zon en maan. De symboliek wordt hier nog cryptischer, onbereikbaarder, ongrijpbaarder, maar des te treffender; de interpretatie is haast oneindig geworden.  Deze cyclus verhaalt de haast verloren gegane oerbegrippen van mythen, in het geval van Armand Calders symbolisch geordend en uitgedrukt in glastechnieken die steeds verder evolueren. Geen aanval op een orthodox wereldbeeld dat leven laat ontwaken uit de kosmos, maar wel en onderzoek naar het leven. De aloude aarde en de maan, als mysterieuze aardwachter, zijn de grootste voorwerpen die de mens ooit getoetst heeft. Toch geven ze hun geheimen niet volledig prijs. Evenmin als het element water: het raakt de mens gevoelsmatig.Of zoals zijn vriend, de dichter Marc Bruynseraede, dit element in een onuitgegeven gedicht kernachtig omschrijft: 'het water weerspiegelt de hemel op aarde'.

 

Calders verblindt nooit, hij belicht. Glasverhalen met groeiend inzicht naar het wezen der dingen. De geometrische compositie verheft de visuele waarnemingen van de realiteit tot het niveau van de innerlijke ervaring, Te cerebraal zeggen sommigen.  Toch niet, Armand Calders geeft slechts terug wat voor velen van zijn generatie verloren was.

De cyclus wordt beëindigd met "Apeiron". Een eindpunt waarbij de cirkel als neutraal en gesloten vlak, bewust gekozen als begrenzend symbool, het voorlopig einde van een evolutie naar de essentie betekent, de geest die in de materie nawerkt, in de stof gestalte krijgt, waarbij einde en begin, alfa en omega, zwart en wit samenvallen en een nieuw begin zijn.

 

Beperking betekent immers meesterschap.

*

Armand Calders: Glasramen/Vitraux/Stained Glass/Glasfenster; Inleiding: Marcel Van Jole, Biografie: Robert Bruynickx (uitg. Deus ex Machina, 1985)

Armand Calders, glaskunstenaar (uitg. Stad Antwerpen, 1999)

Accent 1.  Honderd jaar Stedelijke Academie voor de Beeldense Kunsten, Berchem & Instituut Roger Avermaete (uitg. Stedelijk Onderwijs Stad Antwerpen, 1996)

 

 

Een retrospectieve van Armand Calders’ grafisch werk en klein glasreliëf zou  een  dankbare erkenning betekenen voor de herinnering aan Armand Calders, die het gezicht van de Belgische glazenierskunst in de 20ste eeuw in niet geringe mate mee heeft bepaald.

 



© Stichting Yoors/Yoors Foundation - Postbus 97 - B-2600 Antwerpen Berchem 1