Lus de Corte sloeg weer toe

grasduinen tussen witsant en groningen

Brusselse Dwalingen

van lage stad naar hoge stad

De lage landen

luïs de corte


Toestanden. Het is ochtend in Brussel, klaar heldere dag rond mijn ouderwetse woonst. Met laptop op de rug stap ik langs de Kapellekerk en aanschouw wat verdwaasd de grafitti op de muren van het stationneke van één trein per uur. Ik glimlach aan de brug van ROGIER VAN DER WEYDEN: wat een mooiheid van Graffiti in gezelschap van deze Vlaamse Primitieve. Ooit was ROGIER VAN DER WEYDEN de Brusselse Stadschilder in deze Vlaamse stad. Nu is zijn straat en brug almachtig versierd met hedenaagse Brusselse scheppingsdrang geput uit  jonge-renwerkloosheid en straatarmoede. Ik tors mijn niet al te licht lichaams-gewicht naar hoger gelegen straten van de Zennestad. In de Spiegel-straat kruis ik een mengeling van Arabische diversiteit en de jonge nieuwe bewoners van de loften en flats van dit stukje van de Marollen.  Ik ben geen ochtendmens en slinger me naar boven naar hoger gelegen stad. Aan de Hoogstraat houd ik even halt en koop me wat fruit bij de Marokkaan en twee Croissants bij de Spanjaard. Op de hoek van de straat hangt stevig verankerd de koperen plaat, al jaren niet opgepoetst: hier woonde PIETER BREUGHEL de Oude. Was hij het niet die de grote migraties beschilderde van het 16de eeuwse Vlaanderen, op een moment dat dit eigenlijk zowat de hoofdstad was van de Lage Landen aan de Noordzee? Onder Spaanse inquisitie schilderde hij de galgen van onverdraagzaamheid des Menschen, mededoogenloosheid, terrorisme en ontsporingen van alle tijden. De mens als machthebber kan pervers zijn. Wie is van Hout komt me voor de ogen en ik mijmer over mijn contesterende studietijd in Leuven. Was het niet Het Werktheater uit Amsterdam dat we naar het Brabantse haalden met het meesterstuk "Toestanden" ? Met mijn jonagold-appelen schrijd ik opwaarts aan het vernieuwde pleintje. De geur van koffie Jacq-motte snuif ik niet meer op, maar de aroma van de Italiaanse koffie wat hogerop, aan het terrasje gelegen naar het zuiden, prikkelt mijn zinnen. In de Glazen Kooi laat ik me drie verdiepingen hoog optillen tot boven de daken van de huizen. Ik aanschouw de buurt die me zo dierbaar is. De Grote en Kleine Zavel liggen op de helling bovenaan de Rollebeek, die ik laat links liggen. De verzaveling van de Hoogstraat is volop bezig en onweerstaanbaar:  sociale seggregatie in steden. Boven de daken verheven, sta ik terug beneden in een realiteit van de nieuwe soort Rechtvaardigheid, en architect POELAERT groet me nog net tijdens zijn wanhopige daad vanop het dak van het Justitiepaleis. Wat verder vervoert Tram 93 me in één rechte lijn voorbij Stefania en de  Baljuw naar een nieuwe wereld als een intercontinentaal palet. Aan het Japanse Tagawa en de Vleurgaatse klimweg vervoeg ik mijn werk: de wereld is mijn stad.
© Stichting Yoors/Yoors Foundation - Postbus 97 - B-2600 Antwerpen Berchem 1